Respect: Het verhaal van een mantelzorger

Als bij mijn vrouw een hersentumor wordt geconstateerd, stort onze wereld in. Zij gaat van de ene op de andere dag de ziektewet in en ik word van de ene op de andere dag mantelzorger. Al ras komen wij in contact met de wijkverpleging, die ons attendeert op de Stichting Vrijwilligers. Het duurt enige tijd voordat mijn vrouw kan wennen aan het idee dat er vreemde mensen komen om haar gezelschap te houden, maar dat idee went snel. Van één dagdeel wordt het al spoedig twee dagdelen.

Als de vrijwilligster een keer niet kan komen dan vinden we dat erg jammer. Naarmate mijn vrouw hulpbehoevender wordt, worden er steeds meer dagdelen ingevuld. Aanvankelijk vind ik het zelf niet leuk dat er zoveel hulp wordt aangeboden, want ik ben toch gezond en prima in staat haar te verzorgen. Deze gedachte moet ik al snel opgeven omdat er natuurlijk ook brood op de plank moet komen. De vrijwilligsters komen in feite niet alleen voor haar, maar stellen mij ook in staat om door te blijven werken. Er blijven gelukkig voldoende uren over om voor haar te zorgen. De zorg die zij nodig heeft, is zwaar en intens. Je bent dan ook weer blij als je de deur kan opendoen om een vrijwilligster binnen te laten.

Het fijne van deze groep van vrijwilligers is dat zij onze mening over de verzorging en onze opvattingen over versterving - ik ben hier een tegenstander van - respecteert. In haar laatste levensdagen moet ik evenwel met de moed der wanhoop toezien dat zij niets meer tot zich kán nemen. Blijkbaar kiest de natuur hier zelf de weg van versterving, maar op een later tijdstip dan sommigen van ons zouden willen.

De verzorging thuis was bijna niet mogelijk geweest zonder de hulp van de vrijwilligers. Zonder hen zou ik zelf patiënt zijn geworden.

Rolf

Uit: 'Tijd als geschenk',
15 jaar Vrijwilligers Terminale Zorg,
Jos Aarnoudse, 2001