Mijn eerste inzet: Het verhaal van een vrijwilliger

Een koude novemberochtend om half zeven. Ik ben op weg naar mijn eerste 'inzet': een oudere Marokkaanse vrouw. Het is de bedoeling dat ik de nachtzorg aflos. Samen met een andere organisatie voor terminale zorg is er een rooster opgesteld van 's morgens zeven tot 's avonds elf uur. Ik voel me wat onzeker: kan ik dit wel, ben ik hier wel geschikt voor? Ik heb nauwelijks ervaring in het verzorgen van ernstig zieke mensen. Kan ik wel met mevrouw praten?

Als ik aankom, word ik opgevangen door de nachtzorg, een prachtmens, ze stelt me op mijn gemak, geeft wat tips en aanwijzingen. Dan maak ik kennis met mevrouw. Het klikt meteen. Mevrouw spreekt nauwelijks Nederlands, maar dat is ook niet nodig. In de loop van de tijd weet ik precies wat ze fijn vindt. Een speciaal zeepje, de rituelen voor het bidden. Als mevrouw onrustig is, helpt het om haar te wrijven met lavendelolie. Ik merk dat deze vrouw, die altijd voor anderen klaar stond, het heerlijk vindt om aangeraakt te worden. Maar zelfs nu, nu ze zelf zo ziek is, is ze nog bezorgd om de mensen om haar heen. Via haar zoon laat ze me weten dat ze blij is met mij en de andere vrijwilligers. Ik leer ook ontzettend veel van de wijkverpleegkundigen, maar er zijn momenten dat ik me afvraag of ik wel genoeg voor haar kan doen, vooral als ze veel pijn heeft. Toch ben ik blij dat ik aan dit werk begonnen ben. Tot het laatst blijft mevrouw helder.

Op een stralende zaterdag in februari word ik gebeld: mevrouw is overleden. Alle vrijwilligers gaan naar haar toe om afscheid te nemen. Ze wordt zo snel mogelijk overgebracht naar Marokko, waar ze wordt begraven. Het huis is vol met familie en buurtgenoten. Stilletjes sta ik even bij mevrouw en vraag om kracht voor haar en haar familie. Het valt me op hoe klein ze is in de dood. Samen met de familie wachten we tot mevrouw wordt weggehaald.

Na een uur loop ik in het prachtige weer naar huis. Een beetje weemoedig, maar toch ook heel erg blij en dankbaar.

Marianne

Uit: 'Tijd als geschenk',
15 jaar Vrijwilligers Terminale Zorg,
Jos Aarnoudse, 2001